Magdaleen hooge omringd door robotkatten

Robotdieren op Buitenhof

Katten op gelijkstroom

Tekst en fotografie: Eric Minten 

15-06-2020

Geef ouderen met dementie een robotdier en je zult zien, zo blijkt uit onderzoek, dat ze zich meer kunnen ontspannen en daardoor makkelijker tot gedragsveranderingen komen. Zou dit ook kunnen werken voor cliënten met een ernstig verstandelijke beperking en moeilijk verstaanbaar gedrag (EVB+)? Magdaleen Hooge (gedragsdeskundige) ging met die vraag aan de slag. Zij startte een onderzoek naar het effect van robotkatten op het spanningsniveau van cliënten met EVB+ en hun begeleiders. 

Ethiek

“Onderzoek bij mensen met EVB+ komt niet veel voor”, aldus Magdaleen. “Het is vaak een moeilijke doelgroep om een onderzoek mee te doen en ook de ethische commissie van een universiteit (elke universiteit heeft een ethische commissie die de ethische kaders van een onderzoek toetst, red.) kan terughoudend zijn aangezien het om zeer kwetsbare mensen gaat. Tegelijk weet men niet zo veel van deze doelgroep. Al met al komt onderzoek met deze doelgroep meestal maar moeilijk op gang. Dat vind ik jammer. Ik vind onderzoek naar mensen met EVB+ belangrijk. Om bij de ethische commissie de handen op elkaar te krijgen voor mijn plan, heb ik het onderzoek vanaf het begin zorgvuldig opgezet. Hierdoor had de ethische commissie inhoudelijk bijna geen opmerkingen. Cliënten konden gedurende het onderzoek altijd kiezen niet (meer) mee te doen, en ook de keuze voor robotdieren lag voor de hand. Doordat cliënten met EVB+ onvoorspelbaar gedrag kunnen vertonen, vond ik het gebruik van echte dieren tijdens het onderzoek, vanuit het oogpunt van dierenwelzijn, niet verantwoord. Daarnaast stond van tevoren vast dat wanneer een cliënt positief op de robotkat zou reageren, hij of zij deze aan het eind van het onderzoek mocht houden. Het kan voor mensen met EVB+ een tijd duren voordat ze aan zo’n kat gewend zijn. Ik vond het niet verantwoord om deze dan na het onderzoek weer af te nemen. Alle cliënten die in de loop van het onderzoek gewend zijn geraakt aan de kat, hebben deze dus mogen houden. Bij hen is de kat een onderdeel van hun dag geworden.”

Wat wil je weten?

Kortgezegd richtte het onderzoek van Magdaleen zich op de vraag wat de invloed was van een robotkat op het spanningsniveau van een cliënt en zijn of haar vaste begeleider. “In het onderzoek heb ik ook het spanningsniveau van de begeleider meegewogen. De stemming van een begeleider is binnen ons werk een zeer belangrijke factor. EVB+ cliënten spiegelen hun gedrag en stemming aan dat van hun begeleider. Wanneer je zelf gespannen bent, kun je dit terug zien bij de cliënt. Dit mag je niet omdraaien. Het is niet zo dat wanneer een cliënt gespannen is dit automatisch aan de begeleider ligt. Het betekent wel dat je jezelf als instrument kunt gebruiken. Het spanningsniveau van een begeleider kun je om die reden, in een onderzoek als dit, niet buiten beschouwing laten.”

Onderzoek

Het onderzoek betreft een steekproef van acht cliënten en drie begeleiders. De situatie waarin de cliënt en de begeleider geobserveerd werden, is gedurende het gehele onderzoek zoveel mogelijk gelijk gehouden. In eerste instantie werden de cliënt en de begeleider drie keer geobserveerd zonder robotkat. Het gedrag van de cliënt werd geturfd op observatielijsten. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen ontspannen gedrag, oplopende spanning en gespannen gedrag. De begeleider vulde, bij alle observaties, zelf een spanningsmeter in op een schaal van één tot vijf (Likertschaal). Het spanningsniveau van zowel de cliënt als de begeleider in deze eerste fase werd als uitgangspunt genomen voor de metingen in de volgende fasen.

Vervolgens brak er een periode aan waarin er met de robotkat geoefend werd, zodat de cliënt aan de kat kon wennen. De cliënt kreeg de kat meerdere keren per week aangeboden, steeds in dezelfde situatie. Ook in deze periode werd het spanningsniveau van de cliënt en de begeleider drie keer in kaart gebracht.

Tenslotte, nadat de cliënten aan de robotkatten gewend waren, werden de cliënt en de begeleider nog drie keer geobserveerd. De in totaal negen observaties zijn, per cliënt en per begeleider, met elkaar vergeleken om de invloed van de robotkat op de betreffende persoon vast te kunnen stellen.

In een van de appartementen van Buitenhof (Heerhugowaard) staat een krabpaal. Gekocht in het tuincentrum er tegenover. Daar bovenop, op de paal, ligt een rood-witte kat. Pontificaal. Gemakkelijk van echt te onderscheiden staart het ding doods voor zich uit. Af en toe, vooral na aanraking, komt hij plots en houterig in beweging waarbij zijn interne elektromotortjes luidkeels ratelen. Het ding spint, knijpt met z’n ogen, draait met zijn kop en brengt zo nu en dan een te duidelijk gearticuleerd, vragend, ‘miauuuw?’ ten gehore. Gek genoeg duurt het niet lang voordat je begint te reageren op het dier. 

Je probeert te ontdekken hoe je met hem kunt interacteren. Te snappen hoe het beestje reageert. Ongemerkt praat je zelfs tegen het apparaat. Een paar woorden maar, zangerig en liefkozend, alsof je voorovergebogen boven een kinderwagen hangt. Om vervolgens enigszins betrapt en dus vooral niet te opzichtig, om je heen te kijken. Het dier doet ongewild toch wat met je. In ieder geval meer dan je zou willen toegeven. Stom ding…!

’t Is even wennen

Hoewel een robotkat er zacht, aaibaar en ongevaarlijk uitziet, bleek niet iedere cliënt er op die manier over te denken. “Een van de cliënten verwelkomde ons vrolijk in zijn appartement,” vertelt Magdaleen, “hij begon te stralen en te zwaaien toen we binnenkwamen. Totdat hij de robotkat zag. Dat was foute boel! Hij rende meteen weg, zijn appartement uit, naar de andere kant van het gebouw. Geschrokken en flink ook. Vanaf een afstand keek hij angstig maar tegelijk ook nieuwsgierig. De begeleider is naast hem gaan staan om hem gerust te stellen. In zijn zicht heb ik de robotkat uit zijn appartement gehaald en hem op de tafel in de aangrenzende algemene ruimte gelegd. Toen de cliënt terugliep naar zijn appartement keek hij toch geïnteresseerd naar de kat. Na kort overleg hebben we de kat, van buiten het appartement, via de schutting van zijn tuin, opnieuw aangeboden. De cliënt begon meteen met de kat te flirten. Dit hebben we in de dagen erna een aantal keren herhaald. Elke keer mocht de kat een stukje dichter bij zijn appartement komen. Totdat hij ‘m binnen durfde te laten. Eerst mocht de kat in de kast, toen op tafel en daarna op de andere kant van zijn zitbank. Uiteindelijke kwam het moment dat hij de kat op schoot wilde. Het was ons gelukt hem aan de kat te laten wennen. We konden door naar de laatste fase van het experiment.

Bij een andere cliënt verliep het wennen bijna vanzelf. Deze cliënt zong meteen vanaf het eerste moment liedjes tegen de kat en nam de kat mee in zijn verhaal. Terloops merkte de cliënt wel op dat hij het een ‘gekke hond’ vond. Maar los daarvan was de kat meteen welkom.”

Krak!

“Het gebruik van robotkatten, in plaats van echte dieren, bleek overigens al snel een goede keus”, vertelt Magdaleen. “Een van de cliënten pakte tijdens een van de observaties een pootje van de kat stevig vast, zette langzaam steeds meer kracht totdat het pootje brak. De cliënt voelde op dat moment veel spanning. De druk op de kat hielp de spanning te verminderen. De client zelf had niet door wat er met het pootje gebeurde. We hebben er eigenlijk geen aandacht aan geschonken. Ook met gebroken pootje biedt de kat de veiligheid die de client nodig heeft.”

Mag die kat weg?

“Voor een van de cliënten bleek de spanning rondom de kat niet veroorzaakt te worden door de kat zelf. Bij het eerste moment waarop hij aan de kat kon wennen leek het daar wel op. Ik heb de cliënt, die altijd alles in zijn appartement in de gaten houdt, nog nooit zo lang naar buiten zien kijken. Hij wilde de kat niet zien. ‘Negeerde’ hem volkomen. Bij de tweede poging verraste hij mij door de kat heel beheerst een zacht duwtje in de richting van de deur van zijn appartement te geven. Ik had niet verwacht dat hij de kat aan zou durven raken omdat ik nog steeds dacht dat hij de kat spannend vond. Bij de derde poging kregen wij, naast de kat, ook een duwtje richting de uitgang. Wederom volledig rustig en beheerst. Het was duidelijk, de kat hoorde niet in zijn appartement. Mooi toch. Hoe duidelijk kun je zijn?”

Tranen zijn goed

“Een van de cliënten binnen het onderzoek kan zichzelf soms slaan wanneer hij verdrietig is of stress ervaart. Tijdens een van de observaties kwam dit ook voor. De begeleider tekende, zoals vaker in dit soort situaties, de gezichten van de cliënt en zichzelf met tranen. Dit keer tekende ze, omdat de kat ook onderdeel van de situatie was, ook een betraand gezichtje van de kat. De cliënt aaide de kat en sprak tegen hem. Ze wiste de tekening uit, net als anders. Dit werd een aantal keer herhaald tot hij ontspande. Hoewel de cliënt de begeleider nodig had om zich weer veilig te voelen, was het waardevol de kat in de situatie te betrekken. Zowel de cliënt als de begeleider werden er rustiger door, waarbij de begeleider zijn rust op de cliënt kon overbrengen.

Soms kan ik het zelf

“In een ander geval was de cliënt wederom zeer gespannen. De begeleider gaf de kat zonder introductie in de armen van de cliënt. (Op andere momenten werd de kat wat meer geleidelijk aangeboden, red). De spanning verdween direct. Je zag ‘m letterlijk wegzakken. Hij zong poezenliedjes en knuffelde het dier. Het effect van de kat was op dat moment zo groot, dat de cliënt de begeleider niet meer nodig had. Dat is de enige keer dat een cliënt genoeg had aan de kat en de begeleider even niet meer nodig was.”

De spanning verdween direct. Je zag ‘m letterlijk wegzakken.

Uitkomsten

Hoewel de steekproef klein was, heeft het onderzoek van Magdaleen toch een aantal interessante inzichten opgeleverd. De helft van de cliënten reageerde angstig of gespannen op de eerste kennismaking met de kat. Bij al deze cliënten is de spanning uiteindelijk verdwenen. Voor één van deze vier cliënten had de kat, ondanks de verdwenen spanning, weinig of geen meerwaarde. Bij de vier andere cliënten in het onderzoek was de robotkat vanaf het eerste moment welkom en zorgde deze voor meer ontspanning.

Het aanbieden van de kat tijdens een andere routine had voor geen van de cliënten zin. Zo had het aanbieden van de kat gedurende wachtmomenten geen zin. De kat werd genegeerd of leverde zelfs lichte irritatie op.
De plaats waar de kat werd aangeboden was voor sommige cliënten van belang. Het aanbieden van de kat in het eigen appartement was voor twee cliënten een brug te ver. De veiligheid van het eigen appartement is een belangrijke pijler in de begeleiding van de cliënten. De kat bleek inbreuk op deze veiligheid te maken.

Magdaleen: “Op basis van het literatuuronderzoek verwachtte ik dat de ‘presente’ houding van de begeleiders, als gevolg van het inzetten van de robotkat makkelijker vol te houden zou zijn. (Een ‘presente’ houding verwijst naar de presentiebenadering. Lees hierover het interview met Gerrit Lemmen in Bladeren herfst 2019, red.) Doordat een begeleider ‘present’ is, kan hij of zij betrouwbaar en voorspelbaar zijn en er onvoorwaardelijk zijn voor de cliënt. Het onderzoek wijst uit dat de begeleiders tijdens de aanwezigheid van de robotkat zelf minder spanning ervaarden waardoor zij hun presente houding beter vol konden houden. Zij voelden zich gesteund door de aanwezigheid van de robotkat, doordat de aandacht op de kat gericht kon worden, of het dier kon dienen als gespreksonderwerp of afleiding.

Ook ontdekten de begeleiders tijdens het onderzoek dat zij een aantal dingen anders konden doen waardoor de relatie met de cliënt steviger zou worden. Zo gingen zij nog ‘kleiner kijken’ naar de cliënt en interpreteerden gedrag ineens anders dan zij eerder deden.

Al met al zorgde de inzet van de robotkat voor minder spanning, een hogere voorspelbaarheid en een gevoel van veiligheid bij de meeste cliënten binnen het onderzoek. Voorwaarde is wel dat de begeleiders goed aansluiten bij de cliënt en reageren op dat wat de cliënt ten aanzien van de kat aangeeft.”

Kanttekeningen

“Jammer is dat er tijdens het onderzoek alleen door mijzelf geobserveerd is en dat de begeleiders hun eigen spanningsniveau moesten scoren. Dat maakt het onderzoek minder sterk. Ik heb erover gedacht om de cliënten op video vast te leggen om die vervolgens door anderen te laten bekijken, zodat zij het spanningsniveau konden scoren. Hierbij zou echter een nieuw probleem ontstaan. Deze video-observatoren zouden de cliënten niet goed genoeg kennen, waardoor zij hun gedrag niet goed zouden kunnen lezen.

Ook de kleine schaal waarop het onderzoek heeft plaatsgevonden is een beperkende factor. Een groep van acht cliënten en drie begeleiders is een kleine groep. Vervolgonderzoek is dan ook wel nodig. Tenslotte ben ik bij het ontwerpen van het onderzoek te veel uitgegaan van negatieve spanning. Het bleek dat de cliënten t.a.v. de robotkatten ook veel positieve spanning kregen. Deze kon als gevolg van het ontwerp van het onderzoek, tijdens het observeren minder goed gescoord worden.

Tegelijk, en dat zijn juist sterke kanten, heeft het onderzoek plaatsgevonden bij cliënten die al geruime tijd op de betreffende locatie wonen. De omgeving is voor hen bekend en vertrouwd. Dat geldt ook voor de begeleiders die aan het onderzoek meegewerkt hebben. Zij werken al lange tijd met de cliënten en kennen de cliënten door en door.

Daarnaast zorgde de inbreng van de robotkatten bij sommige cliënten voor nog niet eerder gezien, positief gedrag. Vooral in de communicatie zagen we dat cliënten vaak veel duidelijker waren dan we dachten. Het onderzoek nodigde ons uit om soms langer dan normaal op een reactie van de cliënt te wachten. Hierdoor ontdekten we dat, ondanks dat we ons gedrag altijd aanpassen aan het tempo van de cliënt, we soms toch nog te snel zijn. Nog meer ‘functioneel niets doen’ dus.

Naast de directe resultaten uit het onderzoek, heeft het onderzoek voor mij nog iets anders aangetoond. Ondanks dat het moeilijk is, is onderzoek naar mensen met EVB+ wel degelijk mogelijk en kan het zeer bruikbare inzichten opleveren. Ik hoop dat er meer onderzoeken zullen volgen, zodat we met elkaar de kwaliteit van leven voor mensen met EVB+ steeds een beetje kunnen verbeteren.”

Delen? Graag!

Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter
Share on email

Lees ook deze verhalen...

Vaste baan via jobcoaching

Sabrina Wijker is dertig jaar oud. Getrouwd en moeder van twee kinderen. Deed de MBO-2 opleiding tot secretarieel medewerker. Voor haar vrienden schreef ze cv’s en sollicitatiebrieven. En met succes!
Lees meer...

Creativiteit van de Vonder

'Oei, hier word je hebberig van!’ Dat gevoel krijg je al snel in de winkel van AC De Vonder. Een paar mooie kaarsen, leuke schaaltjes die de keramiekafdeling gemaakt heeft,
Lees meer...

Tommy, vrijwilliger bij 't Gilde

”Later word ik Minister van Buitenlandse Zaken.” Zo, dat is klare taal. Tommy Lekkerkerk is zestien jaar, vrijwilliger bij ’t Gilde in Bovenkarspel en heeft helder in zijn hoofd welk
Lees meer...
figuur op woelige golven

Psychose

Psychose: een verstoring van de realiteitstoetsing. Het brein is niet meer in staat om prikkels uit de binnen- en buitenwereld juist te interpreteren en te ordenen. Jacinta Bruin is Arts
Lees meer...

Vaste baan via jobcoaching

Sabrina Wijker is dertig jaar oud. Getrouwd en moeder van twee kinderen. Deed de MBO-2 opleiding tot secretarieel medewerker. Voor haar vrienden schreef ze cv’s en sollicitatiebrieven. En met succes!
lees meer...

Creativiteit van de Vonder

'Oei, hier word je hebberig van!’ Dat gevoel krijg je al snel in de winkel van AC De Vonder. Een paar mooie kaarsen, leuke schaaltjes die de keramiekafdeling gemaakt heeft,
lees meer...

Tommy, vrijwilliger bij 't Gilde

”Later word ik Minister van Buitenlandse Zaken.” Zo, dat is klare taal. Tommy Lekkerkerk is zestien jaar, vrijwilliger bij ’t Gilde in Bovenkarspel en heeft helder in zijn hoofd welk
lees meer...
figuur op woelige golven

Psychose

Psychose: een verstoring van de realiteitstoetsing. Het brein is niet meer in staat om prikkels uit de binnen- en buitenwereld juist te interpreteren en te ordenen. Jacinta Bruin is Arts
lees meer...

Postadres: Esdégé-Reigersdaal • Postbus 1065 • 1700 BB Heerhugowaard
Bezoekadres: J. Duikerweg 1 • 1703 DH Heerhugowaard
Telefoon: 0226 33 20 00 • info@esdege-reigersdaal.nl
Openingstijden: ma t/m vr: 8:00 – 17:30

:hover

 

Postadres:
Esdégé-Reigersdaal • Postbus 1065
1700 BB Heerhugowaard

Bezoekadres:

J. Duikerweg 1 • 1703 DH Heerhugowaard

0226 33 20 00 • info@esdege-reigersdaal.nl 

Openingstijden: ma t/m vr: 8:00 – 17:30

Copyright © 2020 – Esdégé-Reigersdaal
Stappenplan koffiedrinken

Bij mensen met een beschadigd brein, bijvoorbeeld bij dementie, kunnen onnodige prikkels en onrust leiden tot een gebrek aan concentratie of beangstigende situaties. De begeleiding van cliënten met een beschadigd brein is er dan ook vaak op gericht om afleidende en storende prikkels te vermijden. Het herkenbaar maken van activiteiten speelt daarbij een rol. Hieronder een stappenplan voor koffiedrinken. Door consequent het plan te volgen wordt de activiteit ‘koffie drinken’ herkenbaar en voorspelbaar. 

Stappenplan koffiedrinken

1. Koffie/thee kar klaarzetten met alles erop, dit voorkomt veel heen en weer geloop van de begeleider. Heen en weer lopen geeft onnodige prikkels en onrust bij de cliënt.

2. Deuren sluiten en een “Niet storen” bordje op de deur hangen, dit voorkomt dat mensen in en uitlopen.

3. Alles van de kar op tafel zetten, als dan de cliënten aan tafel komen staat alles al klaar. Dus minder prikkels. Begeleiders kunnen zich totaal richten op de cliënt en op het koffie drinken.

4. Cliënten naar vaste plaats aan de tafel begeleiden (eerst afstemmen, contact maken en dan verleiden!), kijk eerst in de ogen van de cliënt : ziet hij/zij je en waar kijkt hij/zij naar en hoe staan de ogen. Maak contact dmv toelachen, aanraken en vervolgens verleiden.

5. Muziek uitzetten (als cliënten niets zeggen, dan zachte muziek), pas uitzetten als iedereen aan tafel zit, omdat de hersenen dan wel bezig gehouden worden met het geluid (geen prikkel leidt tot angst en onrust).

6. Begeleiders gaan aan tafel zitten en blijven zitten. Ze drinken zelf mee (maar houden geen pauze!!). Begeleiders zijn gericht op de cliënten, ze praten niet teveel met elkaar, door zelf mee te drinken stimuleert dat cliënten om zelf ook mee te drinken.

7. Er is een duidelijk begin en duidelijk eind.

8. Na afloop ruimt 1 begeleider de tafel af (eventueel met hulp van een cliënt), een ander begeleidt cliënten naar een andere plaats in de ruimte. Zo worden cliënten geholpen om zich in te stellen op een nieuwe activiteit/nieuwe plaats in de ruimte.

Visie Esdégé-Reigersdaal

Bij haptonomisch verplaatsen staat zelfredzaamheid altijd centraal. Vooral omdat het meer respectvol is voor de cliënt en de zorgverlener. Want te veel doen voor een cliënt in de zorg ontneemt hem zijn mogelijkheden en zijn eigenwaarde. Te veel doen voor cliënten is daarbij onnodig zwaar voor de begeleiders en plaatst hen in een rol waarin geen samenwerking kan ontstaan met de cliënt. Met haptonomisch verplaatsen is de zelfredzaamheid voelbaar, zichtbaar en overdraagbaar. Het biedt praktische vaardigheden om te leren hoe de zelfredzaamheid van de cliënt zo veel mogelijk behouden kan blijven.

Gentle Teaching

Gentle Teaching (McGee, 1992) is een methodiek die veel voorkomt bij het begeleiden van mensen met een verstandelijke beperking. De methodiek is gebaseerd op de Psychologie van wederzijdse afhankelijkheid. Hierbij gaat men ervan uit dat ieder mens de behoefte heeft zich verbonden te voelen met anderen in wederkerige en gelijkwaardige relaties. Bij Gentle Teaching is een veilige en liefdevolle relatie de basis voor de ontwikkeling van de cliënt.

De begrippen die bij Gentle Teaching centraal staan zijn:

  • We respecteren elkaar
  • We accepteren elkaar
  • We proberen elkaar te begrijpen
  • We waarderen elkaar
  • We geven elkaar zelfvertrouwen
  • We proberen elkaar vooruit te helpen
Totale Communicatie

Totale Communicatie is het ondersteunen en bevorderen van communicatie met diverse middelen zoals foto`s, pictogrammen, gebaren, verwijzers en geschreven taal. Totale Communicatie wordt vooral gebruikt bij mensen met een verstandelijke beperking, kinderen met spraak/taal moeilijkheden en bij mensen met afasie of dementie

Visie Esdégé-Reigersdaal

Esdégé-Reigersdaal is een visie gestuurde organisatie.

Onze visie:
Alle mensen zijn gelijkwaardig, elk mens is uniek.

Daarom heeft iedereen recht op:

  • respect
  • ontplooiing
  • een volwaardige plaats in de samenleving
  • relaties met andere mensen
  • eigen keuze


Dit betekent dat wij:

  • het individu respecteren
  • inspelen op de mogelijkheden van het individu
  • ondersteuning bieden bij het maken van keuzes
  • uitgaan van het gewone en speciale voorzieningen treffen waar nodig
  • ondersteuning bieden bij het aangaan en behouden van relaties
  • gericht zijn op een volwaardige plaats voor het individu in de samenleving


Volwaardig burgerschap van mensen met een beperking vinden wij belangrijk. Daarom werken we mee aan normalisatie en integratie. Mensen krijgen bij ons de ruimte om passende ondersteuning te organiseren. Zoveel mogelijk beslissingen worden genomen in de omgeving van de cliënt, waar immers de ondersteuningsvragen worden geformuleerd. Van medewerkers verwachten we dat ze cliënten vanuit deze visie respectvol ondersteunen.

Voorwaarden abonnement Bladeren

Begrippen

  • Bladeren
    Het tijdschrift met die titel, dat 4 maal per jaar wordt gemaakt en uitgegeven door Stichting Esdégé-Reigersdaal.
  • Abonnement
    Het abonnement is een éénmalige betaling die recht geeft op toezending van 4 opeenvolgende kwartaaluitgaven van Bladeren en heeft daardoor een looptijd van ongeveer één jaar.  

Bepalingen

  • Abonnees kunnen via e-mailadres bladeren@esdege-reigersdaal.nl contact opnemen met de redactie en administratie van Bladeren. 
  • Abonnees kunnen een adreswijziging doorgeven en klachten melden bij het niet ontvangen van Bladeren. 
  • Abonnees zijn verantwoordelijk voor het tijdig doorgeven van een adreswijziging.
  • Indien gewenst kan de verdere toezending van Bladeren worden stopgezet.
  • Er vindt geen terugbetaling plaats voor niet ontvangen nummers bij onjuiste adressering of bij het stopzetten van de toezending.

Privacy
De verkregen adresgegevens worden uitsluitend gebruikt voor het toezenden van Bladeren en ze worden niet beschikbaar gesteld aan derden. Het privacy reglement van Esdégé-Reigersdaal is van toepassing.
Privacy verklaringen
Video-interactie training

Door middel van korte video-opnames waarbij de interactie tussen cliënt en (cliënt) begeleider centraal staat proberen we te leren van de situatie, het eigen gedrag en gedrag van cliënt beter te begrijpen om vervolgens de volgende keer daar weer beter mee om te gaan. De video-interactie training richt zich op ‘klein kijken’, waarbij signalen van de cliënt nauwkeurig kunnen worden geobserveerd en geïnterpreteerd. De video-interactie training is gebaseerd op de methode van Heijkoop.

Visie Esdégé-Reigersdaal

Er wordt binnen Esdégé-Reigersdaal gewerkt met ondersteuningsplannen. In overleg met de cliënt en zijn/haar vertegenwoordiger wordt in het ondersteuningsplan een beeld van de cliënt geschetst en van wat hij/zij nodig heeft om prettig te kunnen functioneren. Jaarlijks wordt er geëvalueerd en waar nodig wordt het plan bijgesteld.

Browsericoon Esédége-Reigersdaal

Browser niet geschikt

De Internet Explorer browser is sterk verouderd en niet in staat om moderne websites als deze correct weer te geven.

   Sommige onderdelen van deze website zullen in Internet Explorer daarom niet goed functioneren.

Voor de beste ervaring gebruik een moderne browser zoals Google Chrome.

Werken met een vertrouwensrelatie

Een cliënt heeft vertrouwen in jou nodig voordat hij een band met je aangaat. Pas als er een wederzijdse band is, kun je hem of haar stimuleren zich open te stellen om op onderzoek uit te gaan, nieuwe ervaringen op te doen, relaties aan te gaan en zich op alle gebieden te ontwikkelen: lichamelijk, cognitief en sociaal-affectief. Een vertrouwensband is dus een belangrijk aspect van de relatie.

Active Support

Active Support is een ondersteuningsmethodiek speciaal ontwikkeld om cliënten actief te betrekken bij de dagelijkse gang van zaken zodat ze meer regie over hun leven krijgen. De methode gaat uit van een aantal algemene principes die van belang zijn voor een zo gewoon mogelijk leven:

  • deelnemen aan de samenleving
  • een netwerk van relaties hebben, waaronder familie en vrienden
  • deze relaties moeten van langere door zijn (continuïteit)
  • de kans krijgen om ervaringen op te doen en te leren
  • keuzemogelijkheden hebben en controle over het eigen bestaan
  • een zekere status krijgen en gerespecteerd worden
  • behandeld worden als een individu
Van de boer

Wij boeren op een ouderwetse, kleinschalige manier op het voormalig eiland Wieringen. De boerderij ligt aan de rand van een vogelgebied en staat op een erf van ongeveer 40 are. De boerderij ligt 200 meter van de weg af en de dichtstbijzijnde buur woont 500 meter verderop.

​Een groot deel van het land ligt direct bij de boerderij. De rest ligt verdeeld in 7 kleine stukjes over het mooie Wieringen. Deze stukken worden voornamelijk gebruikt voor hooi. Het hooi (gedroogd gras) maaien we in het voorjaar en de zomer en daarna staan onze schapen en jongvee op deze landjes. We gaan hier dan iedere dag heen om te kijken of het met het vee goed gaat en om water te brengen.

De nadruk van het bedrijf ligt op de fok van koeien. We hebben ieder jaar ongeveer 35 koeien, volwassen en jongvee. Onze koeien zijn Lakenvelders. De Lakenvelder is een zeldzaam, ouderwets vleesras. In heel Nederland lopen ongeveer nog 2000 van deze koeien. We zijn lid van het stamboek en we doen mee aan het fokprogramma. We houden onze koeien op een natuurlijke manier, de koeien worden zomers door de stier gedekt. De kalfjes worden meestal in het weiland geboren. Ze blijven bij de moeder totdat het weer slechter wordt en ze op stal gaan. Dan pas worden de kalfjes bij de moeders weggehaald. Overtallige dieren, meestal stierkalveren, brengen we op een natuurlijke manier groot. Deze dieren gaan naar een ambachtelijke slager in een dorp verderop.

Het vlees dat wij leveren wordt ‘vlees met een goed verhaal’ genoemd. Dit is eigenlijk een win-win situatie; de mensen kunnen genieten van het mooie landschap met de koeien en kalveren en ze kunnen een lekker stukje van datzelfde vlees halen bij de slager in de buurt. Ze weten dan dat het goed en verantwoord is gegroeid en behandeld.
Wij zijn dan ook nauw betrokken bij de natuur. We hebben veel land met een uitgestelde maaidatum waar de vogels rustig kunnen broeden. De boer is zelf ook vrijwilliger om dit allemaal in kaart te brengen en de vogels in de gaten te houden.

We zijn sinds kort ook bezig om met varkens te gaan fokken. Ook dit is een apart ras, het Pietrain varken. Het Pietrain varken is een goed varken om kleinschalig te houden en zo op een natuurlijke manier een goed stukje vlees te produceren.

Vanaf 2016 hebben een mooie grote groentetuin en in de zomer van 2017 hebben we zelf een kippenhok gebouwd waar nu 40 kippen (voornamelijk Leghorn) in rondscharrelen.

Methode Heijkoop

De methode Heijkoop helpt een cliënt beter te begrijpen waardoor er passende ondersteuning geboden kan worden. Middels vijf verschillende instrumenten wordt onderzocht hoe een cliënt functioneert. In dit onderzoek zijn verwanten en teamleden intensief betrokken. Op basis van observaties en analyse wordt gezocht naar andere mogelijkheden om met een cliënt om te gaan.

De methode maakt gebruik van vijf instrumenten:
1. Ontdekkend kijken
2. Functioneringsprofiel
3. Constructieve hantering probleemgedrag
4. Relatiedynamiek
5. Videotraining

Ontdekkend kijken
Ontdekkend kijken is een vorm van videoanalyse. Het is het basisinstrument van de Methode Heijkoop. Het instrument helpt begeleiders betekenisvol en onbevooroordeeld naar de cliënt te kijken en maakt hen bewust van de unieke lichaamstaal van de cliënt. Er ontstaat inzicht in de persoonlijke beleving en emoties, de manier van oriënteren, contact maken, communiceren, initiatieven nemen en de manier waarop de client oplossingen bedenkt.

Constructieve hantering probleemgedrag
Dit instrument helpt de begeleider om op moeilijke momenten, al dan niet met probleemgedrag, actief samen te werken met de cliënt. Het helpt de begeleider onderscheid te maken tussen de betekenis van het probleemgedrag voor de cliënt en de emotionele reacties van de begeleider op het probleemgedrag. Als de begeleider inziet wat het probleemgedrag betekent voor de cliënt, kan hij hem/haar helpen daar een andere oplossing voor te vinden.

Functioneringsprofiel
Dankzij het functioneringsprofiel wordt de begeleider zich bewust van de verwachtingen die de cliënt onbewust bij hem oproept. Het geeft de begeleider inzicht op grond waarvan hij de cliënt over- of onderschat. Doordat hij meer inzicht krijgt, kan hij zijn reacties beter afstemmen op wat de cliënt op een bepaald moment aankan. Daarmee voorkomt de begeleider veel stress bij de cliënt en zichzelf.

Relatiedynamiek
Het instrument relatiedynamiek brengt de dynamiek terug in een vastgelopen relatie tussen begeleider en cliënt. Het maakt de begeleider bewust van hoe hij zich opstelt ten opzichte van de cliënt, en van het beroep dat hij daarmee doet op de cliënt. Het omgekeerde geldt ook: hij krijgt meer oog voor het beroep dat de cliënt op hém doet.

Videotraining
Het instrument videotraining helpt de begeleider bij het ontwikkelen en zich eigen maken van relationele kwaliteiten. De begeleider leert zichzelf feedback geven op de relationele kwaliteit die hij zelf heeft uitgekozen. Die gaat hij/zij oefenen in de praktijk, mèt de cliënt. Van die begeleidingssituatie worden video-opnames gemaakt, die na afloop besproken worden.

Bron: Heijkoop-academy

Beleven in muziek (BIM)

BiM, Beleven in Muziek, stimuleert het ervaren van het lichaam door de muziek te laten voelen. Doelgericht in te zetten voor o.a. contact, communicatie, alertheid, ontspanning, plezier. BiM draagt ook bij aan de muzikale ontwikkeling.

Op speciaal ontwikkelde muziek wordt de deelnemer door de BiM gever aangeraakt met speciale objecten zoals ballen, zacht handschoenen of veren. Ieder muziekstuk heeft zijn eigen bewegingen en objecten. Ook wordt soms gewerkt met etherische oliën.

Financieringsmogelijkheden

De jobcoaches hebben ruime kennis op het gebied van wet- en regelgeving en de financiering van trajecten. Zij kunnen je alles vertellen of je in aanmerking komt voor ondersteuning van een jobcoach.

Wet Langdurige Zorg (WLZ), aanvraag bij CIZ
De Wet Langdurige Zorg is er voor mensen die intensieve begeleiding en nabijheid nodig hebben. Een indicatie voor dagbesteding wordt afgegeven door het Centrum indicatie Zorg (CIZ).

Sociaal Activering traject, aanvraag UWV
Sociale activering is bedoeld als een voorbereidingsperiode op een betaalde baan met behoud van uitkering. De duur van het traject is maximaal 1 jaar. Dit traject wordt onder andere ingezet om te participeren in de maatschappij, zelfvertrouwen op te bouwen en werkervaring op te doen. Tevens wordt er aandacht besteed aan sollicitatievaardigheden en kan onderzocht worden welke beroepen passend zijn.

Individueel Re-integratie traject (IRO), aanvraag UWV
Het doel van het IRO traject is het verkrijgen van een passende betaalde baan. De jobcoach zal jou begeleiden en ondersteunen bij het vinden en behouden van een geschikte baan.

Persoonlijke Ondersteuning (PO), aanvraag UWV
Indien je een betaalde baan hebt en je hebt hierbij extra ondersteuning nodig dan kun je aanspraak maken op een traject Persoonlijke Ondersteuning/ Jobcoaching. Denk hierbij aan onder andere het trainen van werknemersvaardigheden. Voor meer informatie over dit traject en de eventuele aanvraag kan je terecht bij een jobcoach.

WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning), aanvraag gemeente
De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet maatschappelijke ondersteuning, de WMO. Deze wet omvat activiteiten die het je mogelijk maken om mee te doen in de samenleving, bijvoorbeeld vrijwilligerswerk. Voor meer informatie verwijzen wij je naar de website van de gemeente.

Eigen bijdrage
Gemeenten mogen voor de ondersteuning die zij bieden een eigen bijdrage vragen.
Op de website van het CAK kunt u een indicatie krijgen van de hoogte van de eigen bijdrage.

Omgevingszorg

Een omgeving, die goed is afgestemd op mensen bij wie sprake is van dementie of een hersenbeschadiging heeft een positief effect op het dagelijks functioneren van die mensen. Aandacht voor die omgeving noemen we omgevingszorg.

Omgevingszorg beschouwd de invloed van de omgeving op mensen met een beschadigd brein, waaronder dementie. Mensen met dementie worden in toenemende mate afhankelijk van prikkels uit de omgeving. De prikkelverwerking in het brein is verstoord. Hierdoor iemand met dementie zijn/haar gedrag niet meer uit zichzelf sturen. Gedrag wordt meer en meer bepaald door de omgeving.

Een ongunstige omgeving speelt dan ook een belangrijke rol bij het ontstaan van onbegrepen (probleem)gedrag. Mensen met een beschadigd brein reageren vaak impulsief, reflexmatig en intuïtief op omgevingsprikkels. Bij omgeving kan worden gedacht aan: de fysieke omgeving, werk- en leefprocessen (waaronder de bejegening) en de dag- en tijdsbesteding.

Een omgeving, die is vormgegeven vanuit de ideeën van omgevingszorg, is een omgeving, die

  1. Overzichtelijk, duidelijk en herkenbaar is;
  2. Daardoor begrepen wordt;
  3. Doelgericht gedrag uitlokt;
  4. Zorgt voor de juiste prikkel op het juiste moment;

Door de omgeving en het gedrag methodisch te observeren ontstaat inzicht in ontregelende situaties en storende prikkelbronnen. Dit geeft praktische handvatten voor optimale omgevingszorg: het toepassen van verbeteringen in de leefomgeving van mensen met een beschadigd brein. Het resultaat is een zichtbaar positieve uitwerking op het gevoel van welbevinden en veiligheid. De stress vermindert en niet begrepen (probleem) gedrag neemt af.

Meer info:
breincollectief.nl

LACCS

Het LACCS-programma richt zich op de kwaliteit van leven van cliënten met EVMB. Binnen het programma wordt er aan de hand van vijf gebieden gekeken hoe goed het leven van de cliënt is. De vijf gebieden sluiten aan bij algemene menselijke behoeften. De gebieden zijn:

  • Lichamelijk welzijn
  • Alertheid
  • Contact
  • Communicatie
  • Stimulerende tijdsbesteding

Door bewust te kijken naar deze vijf gebieden en hoe ze voor een cliënt verbeterd kunnen worden, werken alle betrokken samen aan een goed leven voor de cliënt. Per gebied zijn er een aantal waarden geformuleerd die helpen om concreet te kijken naar de kwaliteit van het leven van de cliënt. De vijf LACCS-gebieden zijn allen even belangrijk.

Het LACCS-programma kenmerkt zich door een zeer cliëntgerichte ondersteuning. De vijf gebieden hebben een directe relatie met het dagelijks leven van de cliënt. Het zien van ontwikkelmogelijkheden, hoe klein dan ook, speelt binnen het LACCS-programma een belangrijke rol.

Meer info: