Theo Ursem in het Heilooërbos

Theo Ursem – 23 jaar vrijwilliger bij Drumband De Reiger

Mensen blij maken is het mooiste wat er is...

Tekst en fotografie: Eric Minten 

16/07/2018

Ja, ik wil 4x per jaar het
digitale magazine ontvangen

Meld je aan door hieronder jouw e-mailadres op te geven. Dit adres wordt door ons alleen gebruikt om je ons digitale magazine te sturen. Lees hier ons privacybeleid.

Veel plezier met ons magazine

Zacht zonlicht valt door de soepele vitrage. De woonkamer en open keuken zijn prachtig verzorgd. Hier woont iemand die iets met zijn handen kan. Dat zie je zo. Aan een grote eettafel zit Theo Ursem. Al 23 jaar is hij de drijvende kracht achter drumband ‘De Reiger’. In zijn woonkamer een gitaar, een trekzak, een lyra en een klein tafeltje. Rond met een foto en kaarsjes erop. Theo vertelt het verhaal van een timmerman, een vader, zoon, een echtgenoot en een leven vol muziek. Tussen de regels door verschijnt de enorme liefde voor mensen, de ervaring met het leven en de bescheidenheid die daarbij past.

Gele rijder

“Mijn vader was een ‘Gele rijder’ bij Willibrord”, vertelt Theo. “Met zijn gele kar haalde hij de vuile was op en bracht ‘m schoon weer terug. Ook reed hij eten rond vanuit de centrale keuken.” Het was in die tijd, halverwege de jaren zestig, dat Theo samen met zijn vader een duo vormde dat zonder overdrijven illuster genoemd mag worden. “De naam mag ik eigenlijk niet noemen,” lacht Theo beschroomd, “maar we heetten duo ‘Tiet & Tepel’.” Op zijn iPad laat hij een oude zwart-wit foto zien. “Dit was op Camping Keuning, hier in Heiloo. We woonden tegenover de kantine en hebben tijdens de bouwvak iedere avond gespeeld. ​Ik had een oud Broadway drumstel met vellen van varkensblaas. 

Theo Ursem speelt samen met zijn vader op Camping Heiloo
Theo Ursem (rechts) en zijn vader (links) op camping Keuning te Heiloo. (Foto aangeleverd)

Mijn vader had een accordeon”, zegt hij met de nadruk op het woordje ‘had’. “We speelden de nummers nooit zoals ze echt waren, we keken vooral naar het publiek en daar speelden we op in. In die tijd deden we wel vier bruiloften per week en speelden vaak op Willibrord wanneer er een broeder jarig was. Dat was dan van zeven tot tien ‘s avonds, daarna moesten de patiënten, zo noemde je dat toen nog, naar bed.”

“Ik beschikte niet over de benodigde papieren, 
in die tijd was dat blijkbaar een vereiste”

Gedurende 21 jaar was Theo instructeur bij verschillende drumbands: ‘Caecilia’ in Heiloo, ‘De Boomtoppers’ in Heerhugowaard en ‘Drumband Bergen’. “Uiteindelijk ben ik ermee gestopt. Werk, een jong gezin, bruiloften en partijen, het kostte allemaal veel tijd. Ik had toen geen auto en deed alles met de bus. Uiteindelijk was dat niet haalbaar meer.”

Repetitie van drumband ‘De Reiger’

Dankzij de muziekavonden bij Willibrord ontwikkelde zich bij Theo de wens om muziek te maken met mensen met een beperking. Hij stak zijn licht op bij Reigersdaal. Of hij niet een drumband mocht beginnen? Jammer genoeg was dat niet mogelijk. “Ik beschikte niet over de benodigde papieren”, vertelt hij. “In die tijd was dat blijkbaar een vereiste.” Toch bleef het idee kriebelen en jaren later waagde hij opnieuw een poging. “In 1995 was er een drumbandfestival op Reigersdaal en ik sprak John Molenaar. Hij vertelde dat de drumband ging stoppen omdat de ​dames die de band destijds leidden ermee ophielden. ‘Schrijf mij maar op!’, zei ik, en dat is nu 23 jaar geleden.”

Componeren

Theo schrijft zelf de muziek voor de drumband. “Je probeert dingen uit,” vertelt hij, “soms werkt een mars goed en soms werkt het helemaal niet. Dan kan ik het niet overbrengen, of de variatie van de slagen trekt de cliënten niet aan. Dan doen we dat stuk dus niet. Je begint altijd met een eerste regel muziek. Als dat lukt knoop je er weer een regel aan vast, net zolang totdat je een muziekstuk hebt. Dat kan wel drie maanden duren want cliënten kunnen geen noten lezen. Je moet het ze voordoen en zij moeten het horen en het onthouden.”

Waarom Theo zijn rol bij de drumband zo mooi vindt, kan hij moeilijk onder woorden brengen. “Cliënten komen niet voor de drumband,” zegt hij, “ze komen voor mij. Ik moet er altijd zijn, ziek of niet, ik kan niet afzeggen. Het is belangrijk voor cliënten, ze reken op je. Een paar jaar terug sprak ik een begeleidster van een van de cliënten. We hadden zomerstop en dan repeteren we niet. ‘Wanneer gaan jullie weer beginnen?’ vroeg ze. Het bleek dat haar cliënt vanwege de zomerstop zo van slag was dat hij dubbele medicatie nodig had.

“Het is belangrijk voor cliënten, ze rekenen op je”

Het is zo ontzettend mooi om te zien hoe cliënten de drumband beleven. Zo was er een jongen, Ramiro. Hij speelde pauken. Hij vond een bepaalde mars helemaal geweldig. Die heb ik toen de Ramiro-mars’ genoemd. Wanneer we het stuk speelden en hij op de pauken sloeg, zag je hem genieten. Dat en de omgang met de mensen is prachtig om mee te mogen maken…” Dan valt Theo stil en zijn er tranen. Tranen omdat het leven, dat zou moeten stralen, soms ook donker is. Slikkend gebaart hij naar het kleine tafeltje achter hem. “Mijn vrouw,” zegt hij zacht, “zes jaar geleden overleden.” Verlies van een geliefde is onverteerbaar. Het diepe gemis toont zich soms in de mooie dingen van het leven. Zoals Ramiro en zijn pauken. Dan word je plots verdrietig.

​Woensdag avond 19:00 uur. Het is de laatste repetitie van het seizoen. Cliënten druppelen het Voorhuis binnen. Zittend op hun vaste plek drinken ze koffie of thee uit glazen mokken. Dan gaan ze naar de sportzaal. “Ze doen echt alles voor je” vertelt Theo. “Ze vragen je of ze je kunnen helpen, wat dan betekent dat jij mag sjouwen en zij je aan je arm vasthouden”, lacht hij. Omdat er een foto gemaakt gaat worden van Theo, worden de trommels vandaag even anders neergezet. “Gaat Theo weg bij de drumband?” vraagt een cliënt die het fotomomentje niet helemaal vertrouwt. Nee, Theo gaat niet weg.

Theo Ursem doet voor hoe je  zachtjes moet drummen
Theo Ursem: “…en nu spelen we heel zachtjes…”

​Dan gaat het los. De ene mars volgt de andere op. Hard, zacht, snel, langzaam, muziek van Frans Bauer, ze spelen het allemaal. Terloops komt er nog een cliënt binnen. Boos. 
“De bus was te laat.” 
“Geeft niets,” zegt Theo geruststellend, “we komen allemaal weleens te laat. Wil je meedoen?” 
“Nee,” is het antwoord, “ik ben boos.” 
“Blijf rustig zitten, doe je gewoon zometeen mee.” 
“Zullen we treintje spelen”, wordt er geroepen.
“Treintje?”, hapt Theo gretig en quasi verbaasd. “Waar gaat die dan heen?”
“Amsterdam!”
“Oké…! Amsterdam!”​
Na twee tellen vooraf klinkt de cadans van een trein uit meer dan twintig trommels. Eerst langzaam, dan sneller en sneller. De sporthal barst uit z’n voegen. “Huu, Huuuuu!”, roept Theo terwijl zijn rechterhand aan een onzichtbare stoomfluit trekt. Dan remt de trein weer langzaam af. “Station Amsterdam!” En even is er niemand boos…., of verdrietig.

Met delen vergroot je kansen

In dit verhaal leerde je iemand met een beperking kennen of iemand die ondersteunt. Delen neemt onbekendheid weg en vergroot kansen op contact en samen optrekken. Doe je mee?
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Lees ook deze verhalen...